RIJMKRONIEK VAN KLAAS KOLYN

 

cold case onderzoek naar het auteurschap

 

 

Abt Nicolaas van Sassenheim (ca. 1200-1269, abt 1263-1269).

 

 

 

 

MISVERSTAND

 

 

 

 

 

 

  

 

  

Quarto afschrift (boven)

P. van Gunst (1659-1731) (links) H.W. Caspari (1770-1829) (rechts)

                                                                         

DE STILLE GETUIGE

 

In het cold case onderzoek heeft de rol van Reinier de Graaf als verkoper van de Rijmkroniek wel tot de ontknoping bijgedragen, maar is wat op de achtergrond geraakt, toen andere argumenten naar voren kwamen uit de vergelijking tussen de Rijmkroniek van Klaas Kolyn en de Rijmkroniek van Melis Stoke enerzijds en tussen de Rijmkroniek van Klaas Kolyn en de Toets-steen van Petrus Scriverius anderzijds. Dat Reinier de Graaf aan een deskundige als Cornelis van Alkemade, die voortdurend bedacht moet zijn geweest op vervalsingen, een Rijmkroniek verkocht, die zo zeer afweek van de norm, dat ontdekking van het bedrog onvermijdelijk was, heeft bij mij het besef doen groeien, dat de Graaf zelfs niet vermoed heeft, dat hij een onechte kroniek verkocht. Dit nu kan aangetoond worden.

 

Het bewijs wordt geleverd door de aanwezigheid van een portret van Hendrik Laurens Spiegel, voorafgaand aan de tekst van de Rijmkroniek van Klaas Kolyn in het quarto afschrift, dat bij het onderzoek van Adriaan Kluit bij Salomon Bosch, wonende op 't Haringvliet 98 in Rotterdam, ontbrak, maar in het bezit bleek van Hendrik van Wijn. Adriaan Kluit was er niet van op de hoogte, dat van Wijn over dit manuscript beschikte, maar las daarover in diens Historische en Letterkundige Avondstonden (Amsterdam, 1800). Zijn brief aan van Wijn had hij al ingediend, zodat hij alsnog een Nawoord toevoegde en daarin uitvoerig inging op dit quarto afschrift of Burmanniaanse afschrift. Brief en Nawoord werden door Hendrik van Wijn opgenomen in zijn Huiszittend Leeven (1802), dat door omstandigheden later verscheen dan het jaartal aangeeft. Salomon Bosch was erfgenaam van Cornelis van Alkemade en Pieter van der Schelling. Van Wijn had het afschrift gekocht op de veiling van de boeken van Petrus Burmannus Secundus (1713-1778), neef van de Leidse bibliothecaris Pieter Burman. Op de veilinglijst wordt het afschrift vermeld als MS. in Quarto, p. 81. n. 3055. Petrus Burmannus Secundus had de Rijmkroniek na de dood van zijn oom als het ware teruggekocht van de familie. Er is geen sprake van een afschrift, dat Cornelis van Alkemade voor Petrus Burmannus (Pieter Burman) op enig moment gemaakt zou hebben, maar van de tekst, die Reinier de Graaf aan Cornelis van Alkemade had geleverd. Het is nog niet opgehelderd wat de achtergrond is van de overdracht van dit quarto afschrift aan Pieter Burman (1668-1741) of op welk moment dit gebeurd is. Ik vermoed, dat Cornelis van Alkemade het belangrijk heeft gevonden om juist dit eerste afschrift van de Rijmkroniek van Klaas Kolyn in bewaring te geven aan zijn vriend Pieter Burman c.q. de bibliotheek van de Leidse Academie. Pieter Burman heeft het manuscript echter niet in de bibliotheek geplaatst, maar bij zich thuis bewaard. Na zijn dood moet de familie gedacht hebben, dat het manuscript een onderdeel vormde van het persoonlijke boekenbezit van Pieter Burman en heeft men het manuscript aan diens neef verkocht, die een beschermeling van zijn oom was geweest.

 

Dat er sprake is van een en hetzelfde afschrift is te danken aan een merkwaardig toeval, namelijk dat zich in het manuscript voorafgaand aan de tekst van de Rijmkroniek een portret meegebonden is, dat ogenschijnlijk niets van doen heeft met het quarto afschrift. Het portret betreft een handelseditie zonder aanduiding van de afgebeelde persoon, randschrift of vermelding van de naam van de graveur. Die zaken zouden nog door een graveur moeten worden toegevoegd. Het portret was dus een half-fabrikaat. Het maakt ook nu nog deel uit van het handschrift, dat tegenwoordig in het bezit is van de Koninklijke Bibliotheek. Zie afb. Van dit portret kennen we twee andere edities, waaruit we weten dat de betreffende persoon de koopman-dichter Hendrik Laurens Spiegel (1549-1612) voorstelt, in wiens opdracht de Hollandse Kroniek door Janus Dousa werd gepubliceerd.

 

Dat het portret van de Amsterdamse, later Alkmaarse koopman-dichter Hendrik Laurens Spiegel [zie afb.] in het quarto afschrift is meegebonden, voorafgaand aan de tekst van de Rijmkroniek kan niet worden toegeschreven aan een slordigheid van Reinier de Graaf of Cornelis van Alkemade worden geweten, maar moet weloverwogen en met opzet zijn gedaan. Hendrik Laurens Spiegel was namelijk degene die in 1591 een uitgave van de Hollandse Rijmkroniek publiceerde met een voorwoord van de Leidse historicus Jan van der Does (Janus Dousa), Heer van Noordwijk. Van deze Hollandse Rijmkroniek, die verbonden is met de naam van Hendrik Laurens Spiegel, zijn twee uitgaven bekend, een uit 1591 en een herdruk uit 1620*:

 

1. Hendrik Laurensz Spiegel. Hollandtsche Riim-Kroniik inhoudende de gheschiedenissen der Graven van Hollandt tot het Jaer M. CCC. V. door enen wiens naeme noch onbekent is / voor 286. Jaren beschreven. Met een voorrede des Edelen E. Jonkh. Jan vander Does / Here tot Noordtwyk / Register-meester van Hollandt. Hier is noch by gevoeght de moort van Graef Floris / ende Gherrit van Velsens wedervaren / zangs gewijs. T'Amstelredam: Barendt Adriaensz., 1591.

 

2. Hendrik Laurensz Spiegel. Hollandtsche riim-kroniik inhoudende de gheschiedenissen der Graven van Hollandt tot het iaer M. CCC. V. Door enen wiens naeme noch onbekent is, voor 319. Iaren beschreven. Met een voorrede des Edelen E. Ionkh. vander Does, Heere tot Noordtwyk, Register-meester van Hollandt. Hier is noch by gevoecht een vvaerachtige deductie van de gelegentheyt van Graef Floris ende Gerrit van Velsen. Mitsgaders een extract vvt een Oude Chronijcke, ghedruckt by Ian Veldenaer tot Vtrecht int Jaer ons Heeren 1480. Item een Extract uyt een ander out Bouck, van de iaere 1315, in Francijn geschreven. s'Graven-Haghe: By Hillebrant Iacobssz, 1620.

 

* M. Carasso Kok stelt de uitgave op naam van Jan van der Does (Janus Dousa), Heer van Noordwijk.

 

Ook Jan Wagenaar gaat in zijn Toets der Egtheid in op het portret van Hendrik Laurens Spiegel. Hij noemt het een proefdrukje.

 

De voorige bezitter wilde doen gelooven, dat Henrik Laurensz. Spiegel [1549-1612] dit afschrift gemaakt hadt, en hadt 'er, ten dien einde, een proefdrukje van zyn afbeeldsel, zo als het, voor de laatste Uitgaaven van den Hertspiegel [1614] gevonden wordt, voor geplaatst. Doch zo Spiegel Kolyn gekend hadt, zou hy zo lang niet onbekend gebleeven zyn. Spiegel kon ook, na 't onderschrift der Chronyke; 't welk hier, met verkortingen, geschreeven is, en luidt: Escriptum of Conscriptum est per manum Nicolai Colini in hegmunt, niet schryven, gelyk hier, met de zelfde hand, als het laatste en grootste gedeelte van het Chronykje, gelezen wordt: 't welk ik meene dat te zeggen is, geschreeven met de hand van Nicolaus Colinus tot Egmond.Op bl. 18 slaat nevens de woorden

 

Tideric - - - -

Ti darde Greva gebooren,

 

op den rand, ook al met dezelfde hand, by anderen de 4de, 't welk al mede [p. 217] de jongkheid van dit afschrift bewyst.

 

De plaatsing van het portret van Hendrik Laurensz. Spiegel voorafgaand aan de tekst van de Rijmkroniek wijst uit, dat Reinier de Graaf en Cornelis van Alkemade gemeend hebben, dat zij een oud handschrift van de Hollandse Rijmkroniek in handen hadden, die in 1591 en in 1620 (herdruk) onder de naam van Hendrik Laurens Spiegel uitgegeven was. De verblijfplaats van dit handschrift was hem bekend, want het afschrift maakte deel uit van de zogeheten Kloosterschriften, die zich in het bezit van Jacob van Beresteyn bevonden.

 

In een brief aan Cornelis van Alkemade verwijst Reinier de Graaf naaar vermelding in het Schilder-boeck van Karel van Mander*, een belangrijk naslagwerk voor handelaren in schilderijen en gravures. Ook biedt hij een portret aan van van de dochter [Anna] van de Heer van Heusden, die de vrouw zou zijn geweest van Gerard van Velzen (het verhaal gaat dat zij in het geheim met graaf Floris V was getrouwd, maar overgedaan zou worden aan Gerard van Velsen, omdat Beatrijs van Vlaanderen een betere partij voor hem werd gevonden). Dit portret heeft wel alles te maken met de Hollandse Rijmkroniek, waaraan immers een hoofdstuk over de moord op graaf Floris V en diens moordenaar Gerard van Velsen was toegevoegd, maar zou een zinloze aanvulling zijn op de Rijmkroniek van Klaas Kolyn, want die eindigt met de dood van graaf Dirk VI in 1156, terwijl de moord in 1296 voorviel. Dat Reinier de Graaf de Hollandse Kroniek op het oog had, blijkt ook zijn verwijzing naar de Toets-steen van Petrus Scriverius, waarin sprake is van een op perkament geschreven Rijm-spiegel, die door Petrus Scriverius, eigenaar van het handschrift, expliciet wordt aangeduid als de Hollandse Rijmkroniek:

 

d' Ongenoemde Autheur van de Rijm-spiegel (op Parckement geschreven, onder my berustende) die (soo uyt sijn vverck blijckt) op het jaer 1295. te Parijs, en op 't jaer 1315. te Sichem in Brabandt vvas, en dus in stijl en tijdt over een komt met Melis Stocke, onsen Rijm-Chronijck Schrijver, diens naem (dit zy in 't voorby-gaen geseydt) wy gevonden hebben op een stuck Parckement, tot de Hollandtsche Rijm-Chronijck behoorende, 't gheene achter een ander boeck inghenaeyt was, op vvelck Parckement gheleesen vvierden dry geheele kolommen van Vaersen uyt de Rijm-Chronijck, en achter die een slot van alles, en op-dracht, van 't geheele vverck (aen Willem de Goede, Graeve van Hollandt) vvelck slot in den druck niet bekent is, alsoo daer voor staet d'Opdracht aen Graef Floris de Vijfde[...] d' Autheur dan van de Rijm-spiegel; t' zy dese selve Melis Stocke, of een ander, [...] etc. Bron: Toets-steen, 1663, p. 251-254

 

De slotzin van Petrus Scriverius is betekenisvol: de ongenoemde auteur zou Melis Stoke kunnen zijn, of een ander... Het is dan begrijpelijk, dat Reinier de Graaf in de mening verkerend, dat hij een oud manuscript van de Hollandse Rijmkroniek in handen had, veronderstelde, dat de ondertekenaar, de Egmondse broeder Klaas Kolyn deze onbekende auteur zou kunnen zijn.

 

Er is nog een reden om te veronderstellen, dat Reinier de Graaf meende een oud handschrift van de Hollandse Rijmkroniek in handen te hebben. Dat is het merkwaardige jaartal 1196, dat Adriaan Kluit leest als 1296, te weten het jaar van de moord op graaf Floris V. Reinier de Graaf noemt dat jaartal in een brief aan de Rotterdamse boekhandelaar Pieter van Veer in een poging om diens medewerking te krijgen om de Rijmkroniek uit te geven. Pieter van der Veer wil daar niet aan meewerken. Het jaartal 1196 c.q. 1296 heeft opnieuw niets van doen met de Rijmkroniek van Klaas Kolyn, het onderwerp van de brief, omdat die met de dood van graaf Dirk VI in 1156 eindigt, maar wel met de aanvulling op de Hollandse Kroniek.

 

De conclusie is onontkoombaar. Reinier de Graaf dacht een oud handschrift van de Hollandse Rijmkroniek, afkomstig uit de Kloosterschriften van Jacob van Beresteyn, aan Cornelis van Alkemade te verkopen. Let wel, de naam Hollandse Rijmkroniek is de oude naam van de Rijmkroniek van Melis Stoke, waarvan in het citaat van Petrus Scriverius sprake is. Dat citaat kwam eerst in 1663 aan het licht door de postume uitgave van het Goudse Kroniekje en de Toets-steen van Scriverius. Scriverius was de ontdekker van de naam Stocke, Stockius als schrijver van de Hollandse Rijmkroniek. Deze kroniek is door de vondst van Petrus Scriverius van de naam Stockius later omgedoopt tot de Rijmkroniek van Melis Stoke.

 

Dit nu verklaart ook, waarom Reinier de Graaf, nadat pogingen waren mislukt om de kroniek zelf uit te geven, deze aan Cornelis van Alkemade heeft aangeboden. Kort daarvoor had Cornelis van Alkemade immers naam gemaakt met zijn uitgave van de Rijmkroniek van Melis Stoke (1699). Bovendien was de Rijmkroniek van Klaas Kolyn geheel en al in de stijl van de Rijmkroniek van Melis Stoke geschreven en zag van Alkemade in het warrige taalgebruik en dito spelling van de Rijmkroniek zelfs een aanwijzing voor een hogere ouderdom. dan het manuscript, dat hij voor zijn uitgave van de Rijmkroniek van Melis Stoke had gebruikt. Ook van Alkemade moet er van uit gegaan zijn, dat er sprake was van een oud manuscript van de Hollandse Kroniek. Van een Rijmkroniek van Klaas Kolyn had immers nooit iemand iets gehoord. Van Alkemade heeft zelfs de rest van zijn leven in de echtheid van de Rijmkroniek geloofd, zo ook Pieter van der Schelling, die het werk van Cornelis van Alkemade na diens dood in 1737 voortzette. Dat zal ook de opvatting van Jacob van Beresteyn, opdrachtgever van Reinier de Graaf, zijn geweest, want die beweerde immers, dat de Rijmkroniek al 150 jaar in het bezit van de familie was en gekocht was door een van zijn voorvaderen, toen het klooster van Egmond in de Beroerten werd verwoest en de kloosterboeken meegevoerd waren naar Brabant.

 

Antiquariaat

 

Uit de correspondentie met Cornelis van Alkemade en boekhandelaar Pieter van Veer komt Regnerus de Graaf naar voren als handelaar in gravures en vooral godsdienstige werken, waarmee Cornelis van Alkemade vaker zaken deed. De specialisatie in godsdienstige boeken staat m.i. haaks op het beeld van de louche verkoper van valse oudheden, dat van der Schelling, Kluit en van Wijn van onze Reinier de Graaf hebben geschilderd.

 

Datum: 1699 (10 november)

Van: Reinier de Graaf

Aan: Pieter van Veer

Hiertoe dient een Brief van Regnerus De Graaf, genoemd Plaatsnijder te Haarlem, van 10 Nov. 1699, waarin Hij den Boekdrukker P. v. Veer noodigt tot het drukken van de Rijmkronijk, geeindigt a. 1196*, [ik (= Kluit) lees hier kwalijk 1296] en hij zegt, dat Schrijver (P. Scriverius) in zijn Batavia [= Ovt Batavien] en in zijnen Toets-steen [op die oude Chronike van Hollandt, genoemd Het oude Goudtsche Kronycxken, 1663] van dezelve gewaagt.

 

idem:

 

In een Brief van den 10 November 1699 noodigt hij den Boekverkooper, om het te drukken met plaaten, op zeekere conditie.* De Boekverkooper, daarin geen zin hebbende, gaat eindelijk weder bij Van Alkemade; en hij, door tusschenkomst van dien Boekverkooper met den Veilder, aan zeeker contract. Hij, die deeze Kronijk niet wilde laten bezien in 't geheel, zou bij deelen dezelve zenden, en voor ijder deel vooraf betaald worden; vorder zijn best doen, om het oorspronkelijke te zien, en met de Kopij te vergelijken, of het zelve, of een volmaakter Kopij magtig te worden, en voor zekeren prijs, buiten den prijs reeds bedongen voor de Kopij, te leveren. Hij schreef, de Kopij duur gekogt te hebben van eenen, dien hij noemde [Beresteyn]; en dat deeze Aucteur Kolyn 150 jaren in zijn Geslagt [te weten in het Geslagt van die hem de Kopij van Kolyn verkogt had], geweest op was, op perkament, uit de plondering van, de Abdije [van Egmond] gekogt bij iemand van zijne Voorouders enz. In den zelven brief geeft hij te kennen, dat op de Haarlemsche Graaven staat, renovati a. 1522, dat hij een Euangeli van Mattheus heeft van 't j. 1316 enz. Bron: Hendrik van Wijn, Huiszittend leven, Brief van Adriaan Kluit pag. 172 (citaat van der Schelling).

 

Datum: 1702 (18 april)

Van: Reinier de Graaf

Aan: Cornelis van Alkemade

Volgens eenen Brief van 18 April 1702 zendt de Graaf aan K. van Alkemade twee Boekjes met rare Antiquiteiten.

1. Dat van de Goden in Duitsland handelt, p. 183. zynde een stuk van de oude Sassense Kronyk.

2. De lofzangh Marie, geschreven omtrent 100 jaren naa Christus.

3. Een stuk van Salomons Hogelied, voor 600 jaren by Paul. Merula gevonden.

4. De 19 Psalm.

5. De X Geboden in 't oud Vries, die van Fest. Hommius in zijn Schatboek is gebracht.

6. Het Vader ons, by Picart, fol. 84. en in oud Gallis, fol. 70.

7.Onser Vrouwen Mis, waarvan hy het Origineel oversent, groot 8 1/2 blad (a).

8. Hij zegt: 'dat het Origineel Rymkronykje niet te krygen is; maar dat hy het Afbeeldsel van de Heer Van Witsen te Amsterdam heeft gecopieerd (b), en dat hy dit (die) altyd krygen kan; daar synder 9 a 8 stuk. De Besitter is van de Mistyken of Jacob Boemisten."

 

Adriaan Kluit becommentarieert deze brief als volgt:

 

(a) 't Is niet onwaarschijnlijk, dat hij, om Alkemade's vertrouwen te winnen, onder 't onechte, gelijk n. 2. klaarblijkelijk is, ook eenige echte en oorspronklijke stukken gemengd zal hebben. Het stuk van Salomons Hooglied is mogelijk de Willeramus door P. Merula uitgegeven.

(b) Wil dit Zeggen het afbeeldsel van Witsen*, of het Afbeeldsel gecopieerd bij Van Witsen; waarvan er 8 of 9 waren. Dit laatste komt mij 't waarschijnlijkst voor. En hierop zoude dan zien het voorafgaande van 't etzen der plaatjes, waarvan nog nader in den Brief van 13 Julie 1702. Doch alsdan zoude de vraag zijn, of dit het MSS. niet zij, 't welk in de macht van Professor P. Burman Secundus in 4. geweest is, waarin, vooraan, het Afbeeldsel van L. Spiegel gevonden wordt. Dit Manuscript is waarschijnlijk 't zelfde, 't welk op de Verkooping der Boeken van P. Burman Secundus, onder de MSS. in Quarto, p. 81. n. 3055., genoemd wordt Chronijk van Kolyn. Bron: Hendrik van Wijn, Huiszittend leven, Brief van Adriaan Kluit pag. 173-174.

 

*Mogelijk is hier sprake van een handelseditie.

 

Het portret van Hendrik Laurens Spiegel, dat voorafgaand aan de tekst van de Rijmkroniek was meegebonden laat ons zien, wat we onder handel in gravures moeten verstaan. Het gaat daarbij om half-fabrikaten zonder randschrift, aanduiding van de afgebeelde persoon of naam van de graveur. Die informatie werd toegevoegd door de graveur van de koper, waarbij de koper de tekst, de lettertypen, enz. zelf bepaalde.

 

Conclusie

 

Van Alkemade is niet de bedrogene en Reinier de Graaf was niet de bedrieger,waarvoor Adriaan Kluit en Hendrik van Wijn hen houden. Er is van bedrog geen sprake, wel van een eerst nu gebleken onjuiste interpretatie van het karakter van de Rijmkroniek. Alle betrokkenen (Reinier de Graaf, Pieter van Veer en Cornelis van Alkemade) namen voetstoots aan dat de bewuste Rijmkroniek de Hollandse Rijmkroniek betrof en dat het bewuste manuscript een oud manuscript van deze Rijmkroniek betrof. Van een Rijmkroniek van Klaas Kolyn had nooit iemand gehoord.

 

 

 

 

Webmaster: Menno M.A. Knul                                                                                                                                                                                                                      Laatst bijgewerkt: 20 februari 2013.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

www.klaaskolijnnet.nl  2009